—————————————————————————————————————————————
De enige letterlijke tijdlijn in de Bijbel eindigt binnen maximaal 25 jaar
—————————————————————————————————————————————
(22.50) – De apostel Petrus* waarschuwde in een van de bekendste Bijbelse tekstgedeelten over de eindtijd dat er ‘in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst?’ (2 Petr.3:3-4). Dus ‘waar blijft Jezus nou? Hij zou toch terugkeren, en het duurt al zó lang!’ Uit deze profetie blijkt dat de preteristische leer dat Jezus reeds is teruggekomen met de uitstorting van de heilige Geest, niet kan kloppen, en er wel degelijk ook een fysieke, zichtbare Wederkomst te verwachten valt. Zeker de afgelopen 100+ jaar werd die gebeurtenis al talloze malen vergeefs voorspeld. Toch blijkt uit de enige letterlijke, nu bijna voltooide tijdlijn die de hele Bijbel rijk is dat zijn terugkeer nu daadwerkelijk zeer nabij is.
(* Deze brief, die rond het jaar 100 wordt gedateerd, is volgens de meeste Bijbelexperts vermoedelijk niet geschreven door Petrus zelf, die in het jaar 64 werd geëxecuteerd. Alleen al de verwijzing naar de brieven van Paulus, die pas veel later algemeen bekend werden, maakt dat duidelijk. Dat maakt het geschrift echter geenszins tot een fraude. Het gaat echter aan de scope van dit artikel voorbij om daar nu verder op in te gaan.)
Net als Paulus de gelovigen in Tessalonica moest geruststellen dat Jezus nog niet was teruggekeerd, deed Petrus dat in zijn tweede brief eveneens. Deze brief, gericht aan alle gemeenten in Klein Azië, bevat de bekende passage dat voor God 1000 jaar gelijk staat aan één dag, en één dag aan 1000 jaar (vers 8). Met andere woorden: dat God boven de tijd staat en tijdloos is, en de menselijke lineaire tijdbeleving (één richting uit, van A naar B) niet op Hem van toepassing is. (Dit is een belangrijk gegeven om te onthouden voor waar ik in een ander deel nog op wil terugkomen, namelijk het moment waarop de gestorvenen in Christus opstaan uit de dood.)
De uitstorting van de heilige Geest was niet de terugkomst van Jezus
Zowel Paulus als Petrus en ook Jakobus (‘heb geduld tot de komst des Heren! (Jak.5:7)) bevestigen dat de uitstorting van de heilige Geest, kort na Jezus hemelvaart (geplaatst in het jaar 33), niet hetzelfde is als ‘zijn komst’. Petrus spoort gelovigen namelijk aan in vol verwachting te blijven voor deze dag, die voor hen een bevrijding zal zijn, maar voor de goddelozen een ‘dag van het oordeel’ en hun ‘ondergang’ zal betekenen (vs. 7). Zowel hemel, aarde als de elementen zullen dan met vuur zullen worden verbrand (vs. 7, 10), wat gepaard zal gaan met een ongekend lawaai (vs. 10: ‘gedruis’).
In mijn vele artikelen van de laatste jaren over de aan de gang zijnde poolomkering, het in snel tempo zwakker wordende magnetische veld van onze planeet, en de ‘Galactic Current Sheet’ met een aanverwante mogelijke micronova van de zon ergens rond 2045. heb ik aan de hand van diverse Oud Testamentische profetieën laten zien dat dit verbranden met vuur heel letterlijk kan worden opgevat, en het er veel van weg heeft dat deze profetie van Petrus binnen een jaar of 20 tot 25 zal worden vervuld. (Overigens deelde Maarten Luther lange tijd de visie dat Jezus Christus zou terugkeren zodra de wereld precies 6000 jaar oud zou zijn. Volgens zijn berekeningen zou dat in 2040 het geval zijn.)
Als een dief
Net als Paulus (1 Tess.5:1) schreef ook Petrus dat die dag voor iedereen – zowel gelovigen als ongelovigen, zowel rechtvaardigen als goddelozen – zal komen ‘als een dief’ (vs.10), dus heel plotseling, op een ongedacht moment. Het grote verschil is dat die dag ook voor gelovigen weliswaar als een verrassing komt, maar niet onverwacht is, in de zin dat ze er niet op zijn voorbereid, zoals de onrechtvaardigen. ‘Maar gij broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou’ (1 Tess.5:4).
Vers 9 uit deze brief aan de Tessalonicenzen wordt door futuristen (zie vorige delen) nogal eens aangehaald als ‘bewijs’ van de pre-trib opname (die er, zoals u weet, niet gaat komen – zie vorige delen): ‘want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus’ (vs.9). Beweerd wordt dat ’toorn’ hetzelfde is als ‘de grote verdrukking’, maar in de vorige delen zagen we onder meer dat de (grote) verdrukking juist bestemd is voor de gelovigen.
Wederom blijkt uit de grondtekst en context de werkelijke bedoeling van deze tekst: het Griekse woord wat is vertaald met ‘zaligheid’ is ‘sótéria(s)’, een woord dat in talloze andere teksten betrekking heeft op de geestelijke (eeuwige) redding van een mens zodra hij of zij het evangelie heeft aangenomen. Het vervolg in vers 10 maakt aan alle twijfel een einde: ‘.. die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven,’ wat een rechtstreekse bevestiging is dat het hier in geen geval over een gefantaseerde fysieke ‘ontsnapping’ naar de hemel gaat alvorens de ‘oordelen’ over de aarde zouden gaan**.
(** Zie de vorige delen, waarin u kunt lezen dat de bazuin- en schaaloordelen op de hele geschiedenis slaan, en niet slechts op een fictieve periode van 7 jaar ergens ver in de toekomst.)
‘Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt,’ waarschuwde Jezus (Matt.24:42) zijn volgelingen. Andermaal de bevestiging dat ook de gelovigen het exacte moment niet weten, en zelfs ‘de Zoon’ (op dat moment) niet (Marcus 13:32). Desondanks bevat de Bijbel één duidelijke tijdlijn die weliswaar niet in één specifiek jaar uitkomt, maar wel in een bepaalde, op profetische schaal zeer korte periode. En in die periode leven wij nu – sterker nog, we naderen het einde daarvan.
De laatste ‘zeven’
In de voorafgaande delen maakte ik duidelijk dat de bekende ’70 weken profetie’ die aan de profeet Daniël werd gegeven op Bijbelse gronden een deels totaal andere uitleg vereist. Over de eerste 7+62 weken zijn de meeste eschatologen het wel eens: iedere ‘dag’ staat voor één jaar, waardoor deze profetie tot op het jaar nauwkeurig werd vervuld met het lijden en sterven van Jezus Christus, precies 69×7 = 483 Hebreeuwse jaren (= 476 zonnejaren) later.
Met laatst overgebleven ‘zeven’ – géén ‘week’, dat woord bestaat in het Hebreeuws zelfs niet – werd echter een kapitale fout gemaakt door aan te nemen dat het hier ‘dus’ ook om een periode van 7 jaar zou gaan. Dispensationalisten, misleid door de eerder besproken, door Jezuïeten opgestelde eindtijd theologie die werd bedacht om de Reformatie te doen ontsporen, plaatsten die 7 jaar vervolgens héél ver in de toekomst, dus met een enorm gat tussen de 69e en 70e ‘zeven’. Vervolgens noemden ze die 7 jaar ‘de grote verdrukking’, een verzinsel dat op tal van plaatsen in het Nieuwe Testament wordt ontkracht.
Ik heb laten zien dat de 70 ‘zevens’ profetie de Levitische Code (van het Jubeljaar) in zich draagt, wat onmiddellijk door Daniël, een Joodse geleerde, werd herkend. De tweede periode van ‘zeven’ werd apart gezet, niet omdat deze pas na 2000+ jaar zou worden vervuld, maar omdat het om een ander soort ‘zeven’ ging. Daniël vroeg in zijn gebeden naar de toekomst van zijn volk, en kreeg daarop twee perioden die ongeveer vanaf datzelfde moment startten:
* 69 zevens van 7 jaar tot aan de komst (sterven / opstanding) van de Messias;
* 1 ‘sabbats zeven’ (‘shavua’) van 7 x 360 = 2520 jaar tot aan de definitieve terugkeer en bevrijding van zijn volk, dat op dat moment immers in ballingschap leefde. Vanaf het decreet van Kores in 536 vC tot de oprichting van Israël in 1948 is het precies 2520 Hebreeuwse jaren (2484 zonnejaren).
Dat dit onmogelijk toeval, maar de enige juist uitleg moet zijn, blijkt tevens uit het volgende. Het principe 1 (profetische) dag = 1 jaar vinden we letterlijk terug in Numeri 14:34 en Ezechiël 4:5-6, en werd in de loop van het hele christelijke tijdperk door tal van theologen en andere Bijbelgeleerden bevestigd (zoals Tichonius (380 n/C.), John Wycliffe (1379), Maarten Luther (1522), Philip Melanchton (1543), Matthew Henry (ca. 1700), Isaac Newton (1727) en William Millar (1e helft 19e eeuw).
Niet 2520 dagen, maar 2520 jaren
Al deze in de christelijke theologie beroemde namen erkenden de consistentie van de Bijbel en leerden dat de (twee keer) 1260 ‘dagen’ over een periode van 2520 jaar handelden. Dit was onomstreden, totdat de Katholieke Kerk twee Jezuïeten de opdracht gaf om een valse theologie te bedenken om te proberen de Reformatie, die een bedreiging was gaan vormen voor de alleenheerschappij van het Vaticaan, onderuit te halen. In het vorige deel kunt u lezen hoe enkele predikers hiermee aan de haal gingen en vervolgens de futuristische, onbijbelse ‘pre-trib/antichrist/grote verdrukking’ theorie, waarin de 2520 dag-jaren plotseling in letterlijke dagen waren veranderd, over de wereld verspreidden.
In Daniël 10:1 lezen we dat de profeet in het derde jaar van koning Kores van Perzië een ‘woord’ en een ‘gezicht’ over de toekomst kreeg. Op basis van historische bronnen kan dat jaar exact worden bepaald op 533 v.C.. Eerder had Daniël in het eerste jaar van koning Belsassar van Babel (Dan.7:1) het bekende visioen van ‘vier grote dieren’ (wereldrijken) gekregen. Ook dat jaar kan nauwkeurig worden gedateerd, namelijk op 552 v.C..
Er zat dus 19 jaar tussen de eerste en de tweede serie openbaringen aan Daniël. Beide keren kreeg hij te horen dat het ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ zou duren voordat er ‘een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk’.
Futuristen beweren dat dit handelt over een periode van slechts 3 1/2 jaar, de helft van de zogenaamde ‘grote verdrukking’. Aangezien dit door niet één profetie wordt ondersteund gaat het hier om louter giswerk, om niet te zeggen een verzinsel. Ook in dit geval komt uit een nadere bestudering de correcte betekenis naar voren.
Een tijd, tijden en een halve tijd
Ten eerste is de numerieke hoeveelheid van ’tijd, tijden en een halve tijd’ geen 3 1/2, maar 2 1/2. Zoals ik al vaak heb benadrukt dacht, sprak en schreef men in Bijbelse tijden anders dan nu, zeker dan onze Westerse lineaire, ‘logische’ manier van denken. Wij zeggen bijvoorbeeld ‘ik ben met de trein naar Amsterdam geweest, en daarna nog een keer.’ In idiomatisch Bijbels taalgebruik zouden we het zo uitdrukken: ‘Ik ben één keer met de trein naar Amsterdam geweest; ik ben twee keer met de trein naar Amsterdam geweest.’
Enkele voorbeelden uit de Bijbel om dit te onderbouwen:
‘Want God spreekt op één wijze, of op twee, maar men let daar niet op.’ (Job 33:14)
‘Eenmaal heb ik gesproken, maar ik doe het niet weer; ja tweemaal, maar ik ga er niet mee voort.’ (Job 39:38)
‘God heeft eenmaal gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: de sterkte is Godes.’ (Psalm 62:12).
Nu wordt duidelijk dat ’twee(maal)’ slechts één keer extra is, dus in totaal tweemaal. Zoals in het voorbeeld van de trein naar Amsterdam: u bent er één keer geweest, u bent er twee keer geweest – in totaal niet drie keer, maar twee keer.
In ’tijd, tijden en een halve tijd’ is er dan ook geen sprake van een optelsom, maar van ‘één tijd, nog een tijd, en een halve tijd’: 2 1/2. Maar hoelang is een ’tijd’ precies? Het kan hier niet om (profetische) dagen gaan, aangezien in het Hebreeuws niet het woord voor ‘dag’ (‘yom’) wordt gebruikt, maar ‘moadah’. Om een indicatie te krijgen van de lengte van deze ’tijd’, kijken we naar het al eerder aangehaalde vers uit de tweede brief van Petrus: ‘… één dag (‘hemera’) bij de Here is als duizend jaar, en duizend jaar als één dag.’ (vs. 8)
Het Griekse ‘hémera’ kan zowel op een letterlijke als een metaforische ‘dag’ slaan, afhankelijk van de context (zoals bijv. de ‘dag des Heren’). Uit de tekst en bewuste passage blijkt dat ‘dag’ hier voor een onbepaalde tijd staat. Het principe is dat de lengte van (een) tijd voor God niets betekent. Een profetische ’tijd’, zoals specifiek genoemd in Daniël 7 en 10, kan daarom heel goed slaan op de ‘1000 jaar’ die Petrus in zijn tweede brief noemde.
Tweemaal 2500 jaar
‘Tijd, tijden en een halve tijd’ omvat daarom een periode van 2500 jaar. Dat dit veel meer is dan speculatie, blijkt uit het volgende. Zoals ik al schreef kreeg Daniël tweemaal de ’tijd, tijden’ profetie, met een tussenpoos van circa 19 jaar. De eerste keer was in het eerste jaar van Belsassar, in 552 v.C.. Exact 2500 jaar later werd in het jaar 1948 de staat Israël opgericht, en kwam er inderdaad een einde aan het ‘verbrijzelen’ van de macht van Daniëls volk, omdat ze eindelijk konden terugkeren naar hun thuisland.
19 jaar later, in het derde jaar van Kores (533 v.C.), kreeg Daniël opnieuw dezelfde profetie. Exact 2500 jaar later werd Oost Jeruzalem door Israëlische troepen bevrijd van de islamitische bezetting. Een stevigere Bijbelse én historische onderbouwing voor deze uitleg van de ’tijd, tijden’ profetieën is nauwelijks denkbaar. Ook om deze reden kunnen we de futuristische ‘3 1/2 jaar grote verdrukking’ theorie zonder enig voorbehoud in de shredder deponeren.
Deze onderbouwing wordt zelfs nog krachtiger als bedacht wordt dat er tussen de bouw van het islamitische Rotskoepelgebouw op het Tempelplein in het jaar 688 – in de Bijbel de ‘gruwel der verwoesting’ genoemd – en de oprichting van Israël in 1948 precies 1260 jaar* zit. Daarmee werd de profetie van Openbaring 12:6 vervuld: ‘En de vrouw (Israël) vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar 1260 dagen onderhouden zou worden.’
(* 1260 zonnejaren. Voor Oud Testamentische profetieën geldt het Hebreeuwse jaar van 360 dagen. Voor Nieuw Testamentische het zonnejaar van 365 dagen).
De heilige stad 42 maanden lang bezet
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht betekende de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel in het jaar 70 niet het einde van de Joodse en christelijke aanwezigheid aldaar. Integendeel, Joden en christenen konden er honderden jaren lang vrijelijk hun geloof blijven uitdragen, blijven aanbidden en – in het geval van de Joden – blijven offeren. Dat werd pas verboden toen de moslims tijdens hun eerste jihad Jeruzalem bezetten. Pas op dat moment moest ‘de vrouw’ vluchten naar de woestijn (‘wildernis’) van andere naties.
Een andere profetie werd in 1967 vervuld. In Openbaring 11:2 staat dat de ‘voorhof buiten de (toenmalige) tempel’ (het Tempelplein) aan de heidenen zal worden gegeven, die ‘de heilige stad 42 maanden zullen vertreden’. 42 profetische maanden is omgerekend 1278,34 jaar, exact de tijd tussen de bouw van het Rotskoepelgebouw (door historici geplaatst tussen 685 en 704/705 nC, meestal geschat op 688 nC) en de bevrijding van Jeruzalem, toen de heidenen uit de Joodse hoofdstad werden verdreven (met uitzondering van het Tempelplein, waar een islamitische waqf toezicht over houdt).
1290 jaren ’tot’ of ‘van’ het Rotskoepelgebouw?
Dan houden we nóg een profetie over, en die gaat over 1290 dag-jaren: ‘Van de tijd af dat het dagelijks offer wordt gestaakt en een gruwel wordt opgericht, die verwoesting brengt, zijn het duizend tweehonderd en negentig dagen’. (Daniël 11:12). In onder meer deel 4 herhaalde ik nog eens wat ik al vele jaren op Bijbelse gronden schrijf, en dat is dat deze ‘gruwel der verwoesting’ – ook op basis van de grondtekst – een gebouw is, en wel het islamitische Rotskoepelgebouw, waarover Lucifer ooit uitdagend zei dat hij uitgerekend op de plek van Gods Tempel zijn eigen heiligdom zou oprichten, en zich aldaar als Al-ah zou laten aanbidden.
Deze profetie wordt door theologen op twee manieren gelezen. Voor beide zienswijzen is het nodige te zeggen. Zo zaten er 1290 (Hebreeuwse) jaren tussen het stopzetten van het offeren voor de Tempel in 583 vC door Nebukadnezar en de oprichting van het Rotskoepelgebouw in 688 nC. Daniël schreef echter ook ‘welzalig hij die blijft verwachten en duizend driehonderd vijfendertig dagen bereikt.’
Wat gebeurde er dan 45 jaar na 688 nC? In 732 nC vond de voor de toekomst van onze landen cruciale slag bij Poitiers plaats, toen de eerste islamitische aanval*** op het christelijke West Europa werd afgeslagen, wat uiteindelijk de bevrijding van het door moslims bezette Spanje in gang zette. Maar of deze gebeurtenis van voldoende belang was om te worden genoemd in een profetie die draaide rondom het volk van Daniël, dus de Joden, kan naar mijn mening niet voldoende hard worden gemaakt, al is het zeker niet uit te sluiten.
(*** Ook de tweede en derde veroveringspoging (resp. de bezetting van Sicilië (827-1091) en de slag bij Wenen (1683)) mislukten. De vierde, de zgn. ‘Paard van Troje’ invasie door middel van de door het inherent antichristelijke links/liberale Europese establishment voortgedreven massa immigratie uit voornamelijk islamitische landen, lijkt echter te gaan slagen.)
Eindtijd 2023-2042
Daniël 11:12 kan echter ook zo worden geïnterpreteerd als de vertaling weergeeft: vanaf het staken van het dagelijkse offer en de oprichting van ‘de gruwel’ (het Rotskoepelgebouw) zijn er nog 1290 dag-jaren te gaan. We zagen al eerder dat de 1260 dagen uitkwamen in het ‘geboortejaar’ van Israël (1948). 30 jaar later*, in 1978, sloot Israël voor het eerst officieel vrede met een Arabisch land (Egypte, de bekende Camp David akkoorden), wat voor Israël ongetwijfeld een belangrijkere profetische gebeurtenis was dan de door christelijke legers gewonnen slag bij Poitiers in 732.
(* Nu 30 zonnejaren, aangezien het hier om de tijd van het Nieuwe Testament gaat. Merk op dat indien we ook hier 1290 Hebreeuwse jaren zouden rekenen, we op 1271 zonnejaren uitkomen – een verschil van 19 jaar, precies de tijd tussen de twee ‘sets’ van de profetieën aan Daniël, én de tijd tussen de oprichting van Israël en de bevrijding van Jeruzalem.).
De ‘1335e’ dag (Daniël 12:12) geeft de eindtijd een lengte van 30+45 = 75 jaar, en kwam, gerekend vanaf 1948, uit in 2023. Hierbij dient niet vergeten te worden dat er enkel ‘zalig hij die deze dag’ bereikt staat, en niet dat precies op deze dag / in dit jaar de Messias terugkeert. Het zou wél kunnen betekenen dat een ieder die dit jaar bereikt tot de generatie behoort die de Wederkomst van Jezus Christus letterlijk zal meemaken.
Een variant van deze uitleg is gebaseerd op de eerder genoemde 19 jaar tussen de twee ‘sets’ van Daniëls profetieën en de circa 19 jaar (!) die de bouw van het Rotskoepelgebouw in beslag nam (685-704). Nemen van die laatste periode het uiterste eindjaar, dan komen de 1290 dag-jaren van Daniël 11:12 uit in 1967, het jaar waarin Jeruzalem werd bevrijd en weer volledig in Joodse handen kwam.
Tellen we daar de 75 jaar durende eindtijd bij op, dan komt deze uit in 2042, wat ‘akelig’ dicht bij de 2040 die Maarten Luther en Isaac Newton berekenden ligt, en de door mij al vaak besproken mogelijke ‘micronova’ van de zon rond 2045, die alles op aarde zal verbranden – precies zoals Petrus dat in zijn tweede brief voorzegde.
De laatste generatie
Die 75 jaar durende eindtijd is precies het midden van de Bijbelse lengte van een generatie: ‘De dagen onzer jaren, daarin zijn 70 jaren, en indien wij sterk zijn, 80 jaren.’ (Psalm 90:10 – ter zijde; en wat een gelijk had de auteur, David, met zijn toevoeging: ‘wat daarin onze trots was, is moeite en leed, want het gaat snel voorbij, en wij vliegen heen.’).
Het komt tevens overeen met Jezus’ gelijkenis van de vijgeboom (symbool voor Israël) en alle andere bomen (de naties rondom). ‘Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt.’ (Lucas 21:32). Hoewel de uitleg van dit vers omstreden is (‘dit geslacht’ zou namelijk ook over het Joodse volk in het algemeen kunnen gaan), lijkt het, gezien Jezus’ voorafgaande beschrijving over de eindtijd, wel degelijk (ook) om de ‘laatste generatie’ van ca. 75 jaar te kunnen gaan:
‘Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren, en op aarde radeloze angst onder de volken… terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid. Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.’ (Lucas 21:25-28)
Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de meeste profetieën reeds zijn vervuld, en er vóór de Wederkomst enkel nog een aantal voorzegde ingrijpende gebeurtenissen zullen plaatsvinden, zoals de totale vernietiging van ‘Babylon’ (het wereldwijde machtssysteem, fysiek gecentreerd in de Verenigde Staten), een door Turkije geleide aanval van een islamitische coalitie op Israël (waar de Turkse president Erdogan afgelopen week andermaal toe opriep), en een invasie van Oosterse mogendheden van het Midden oosten na het opdrogen van de Tigris en de Eufraat (al jaren stapsgewijs gaande.
De eindfase wordt ongekend zwaar, maar de verlossing is nabij
Maar ook al komt er geen aparte 7 jarige ‘grote verdrukking’, toch zou die laatste fase wel eens bijzonder zwaar kunnen worden nu het door-en-door corrupt geworden Westen zo openlijk toewerkt naar het ontketenen van de Derde Wereldoorlog tegen Rusland*** (en China), en ‘Babylon’ door middel van zijn ‘farmacie’ de volgende ronde extreem schadelijke mRNA injecties aan het voorbereiden is, die, zoals ik al vaak heb geschreven, op zeker moment een kernonderdeel zullen worden van het ’teken van het Beest’.
(*** Nederland is de facto het eerste land dat Rusland impliciet de oorlog heeft verklaard nu VVD-minister Brekelmans de neonazi fascist Zelensky toestemming heeft gegeven om Moskou met Nederlandse wapens aan te vallen. De inwoners van Den Haag kunnen er nu zeker van zijn dat hun stad bovenaan het lijstje staat dat bij een Russische nucleaire vergeldingsaanval zal worden vernietigd.)
Hoe zwaar en heftig het wordt hangt voor een aanzienlijk deel af van de reactie van wat nog over is van de (onzichtbare) ware ‘kerk’. Indien het slapende, obligaat met alles van deze wereld en diens machthebbers meelopende deel van gelovigen alsnog wakker wordt en zowel in gebed als openlijk (maar natuurlijk niet met fysiek geweld) begint te strijden tegen de almaar sneller verlopende machtsovername door de Duisternis, dan zouden we nog wel eens bijzondere wonderen en uitreddingen kunnen gaan meemaken.
Om met de vraag in de titel af te sluiten: ‘Waar blijft de belofte van zijn komst?’ We behoren hoe dan ook tot de allerlaatste generaties van dit huidige wereldbestel. Nog maximaal zo’n 25 jaar, en dan is alles vervuld, is het oude voorbij en het nieuwe definitief begonnen. Zo niet, dan zou veel van de Bijbel niet meer kloppen. Aangezien de Bijbelse profetieën tot nu toe een 100% ’track record’ hebben, zou ik dat risico niet nemen, en hier zeer serieus rekening mee gaan houden. Het exacte jaar zal namelijk niemand van ons ooit weten, wat betekent dat het in theorie ook 2026 kan worden.
Wordt Vervolgd.
Xander
30-08: Deel 9: Als er wel een opname zou zijn, wie zouden er dan meegaan?
25-08: Deel 8: Na 2000 jaar schalden er weer zilveren bazuinen over de Tempelberg
21-08: Deel 7: Dit nieuwe VN verdrag maakt de weg vrij voor het rijk van Het Beest
15-08: Deel 6: De laatste jaren van de grote verdrukking zijn aangebroken
11-08: Deel 5: Wijst eerste oefening offeren Rode Vaars op spoedige bouw Derde Tempel?
07-08: Deel 4: Moord op Britse meisjes onderstreept opkomst vrouwenhatende ‘antichrist’ religie
04-08: Deel 3: Zevenjarig vredesverbond na aanstaande oorlog Israël – Iran?
31-07: Deel 2: Macron na opening Spelen verklaarde tot ‘de Antichrist’ – kan dat kloppen?
28-07: Deel 1: Komt er nu wel of geen plotselinge opname in de hemel?










